Clique aqui para visualizar os cursos oferecidos pela Wind em Português

"Als het mijn tijd is, kom ik ook"

Ze had me voor de sessie apart genomen en gaf aan niet de bak in te willen. Er was wel een thema, maar ze wilde daar vandaag niet naar kijken. Niet waar haar collega’s bij waren. Ik gaf aan dat dat wat mij betreft in orde was. Ergens halverwege de dag, we hadden op dat moment drie mensen in de bak gehad, vroeg ik aan de groep wie de volgende wilde zijn. Een cliënt meldde zich en kwam naast me zitten. Zo beginnen we meestal een sessie: een inleidend interview met de vraag aan de cliënt waar deze naar zou willen kijken. Het paard was ondertussen aan de rand van het touw gaan staan, recht tegenover de dame die me had aangegeven niet te willen werken vandaag.

Ik zag het vanuit mijn ooghoek gebeuren, maar besloot toch verder te werken met de kandidaat naast me. Te meer omdat de dame op wie het paard nu gericht was, had aangegeven niet te willen werken. Tegen beter weten in nodigde ik de cliënt naast me uit om toch de bak in te gaan. Het paard leek zich alleen nog maar meer te focussen op de dame die niet de bak in wilde

Ik keek opzij en tussen hen was inmiddels een soort uitwisseling op gang gekomen. Zodanig, dat andere groepsleden hun stoel verplaatsten en daarmee een soort van werkruimte creëerden voor dit proces. Voor de cliënt in de bak was het inmiddels ook duidelijk dat het paard op dat moment niet beschikbaar was voor haar vraag. Ik vroeg de cliënt de bak te verlaten en stelde haar voor later verder te werken.

De vrouw langs de kant leek zich inmiddels steeds meer open te stellen voor wat er gebeurde tussen haar en het paard. Het was een indrukwekkend beeld: het paard op 1,5 meter afstand, achter het touw, doodstil zonder ook maar een haar te bewegen en volledig op de vrouw gericht. Zij op haar stoel, haar handen in haar schoot gevouwen en het hoofd iets voorover gebogen. De groep doodstil, alsof er niemand meer ademde.

Kijkend naar het beeld kwam de volgende zin bij me op: ‘Als het mijn tijd is, kom ik ook, lief kind.’ Ik had de zin in mijn hoofd nog niet gehoord of de vrouw mompelde heel zacht: ‘Ik heb het gezien, ik zie het nu.’ Ze keek mij even aan en knikte ten teken dat we verder konden gaan.

Na afloop vertelde ze me dankbaar te zijn dat de sessie toch spontaan plaatsvond en dat ze haar overleden zoon een plek had kunnen geven.